De kerosinevoorraden in de wereld zullen vanaf deze maand sneller naar beneden gaan. De stilgevallen productie en export van olie- en kerosineproducten door het conflict in het Midden-Oosten kon door de grote hoeveelheid schepen op zee tijdelijk gecompenseerd worden. Maar nu die schepen grotendeels hun lading hebben gelost, zullen de voorraden in sommige regio’s snel naar beneden gaan. Volgens prognoses zou Europa bij ongewijzigd beleid in het midden en de tweede helft van de zomer in de problemen kunnen komen.
In 2025 had de wereld gemiddeld, met uitzondering van het Midden-Oosten en China, iedere dag 6,3 miljoen vaten (159 liter per vat) vliegtuigbrandstof nodig. Zonder het Midden-Oosten en China kan er wereldwijd maar 5,7 miljoen vaten per dag worden geproduceerd. Dat tekort van 600.000 vaten werd tot eind februari volledig opgevangen door de export vanuit het Midden-Oosten van 450.000 vaten per dag en door 250.000 vaten uit China. Maar door het conflict in het Midden-Oosten ligt die export vanuit de regio nagenoeg volledig stil en ook China heeft de export aan banden gelegd omdat het zelf de voorraden op peil wil houden.
Volgens Kpler, een informatieleverancier voor energie en grondstoffen, konden de kerosinevoorraden de eerste twee maanden van het conflict op wereldschaal grotendeels op peil worden gehouden door de capaciteit die reeds was verscheept en onderweg was op zee. Schepen die waren vertrokken deden er enkele weken over om hun eindbestemming te bereiken, waar ze pas in maart en april hun lading kerosine of olie losten. Daardoor werd het effect van de wereldwijde tekorten in de productie en export tijdelijk getemperd. Volgens Kpler kon het lossen van de schepen de eerste 48 dagen van het conflict het tekort van 600.000 vaten per dag compenseren met 480.000 vaten per dag. De voorraden konden daardoor op wereldschaal min of meer op peil blijven.
Maar nu het gros van alle schepen gelost is, en de export en productie nog steeds niet hersteld is door de gedeeltelijke blokkering van de Straat van Hormuz, gaat het productie- en exporttekort steeds meer invloed hebben op de wereldwijde bevoorrading van vliegtuigbrandstoffen. Maar of het effect groot of beperkt is, hangt af van de regio.
In Azië (exclusief China en India) stonden de ruwe olievoorraden voor het conflict al 15 tot 30 miljoen vaten onder het vijfjaarlijks gemiddelde. In de tweede helft van april was de gemiddelde voorraad al gedaald met 64 miljoen vaten. Door strenge maatregelen van verschillende landen kon de dagelijkse vraag naar olieproducten met 3 miljoen vaten per dag worden geremd. Maar in Europa werkt een ander mechanisme.

Half april hadden zo’n 16 Europese landen maatregelen genomen om de hogere energieprijzen te counteren, hoofdzakelijk met subsidies. Daardoor daalt de kost voor consumenten, maar blijft de vraag naar olieproducten even groot en hebben raffinaderijen het moeilijk om hun productie op peil te houden omdat door de vele subsidies de kosten niet evenredig worden gedekt in vergelijking met de stijgende olieprijs. Samen met een schaarser aanbod van ruwe olie gaan de raffinaderijen dus minder produceren.
In z’n totaliteit wordt volgens Kpler de markt voor vliegtuigbrandstoffen vier keer geraakt: de export vanuit het Midden-Oosten ligt stil, de export vanuit China ligt nagenoeg stil, de voorraden in schepen op zee zijn uitgeput en de productie van de raffinaderijen daalt. In de tweede helft van april had Europa gemiddeld nog zo’n 50 dagen aan kerosinevoorraden. Dat is het normale peil maar hangt erg af van land tot land.
Kpler berekent dat op basis van de huidige situatie en data de kerosinevoorraden in Noordwest-Europa tussen september en oktober volledig zullen zijn uitgeput. Voor het gebied rond de Middellandse zee ligt die datum ergens tussen juli en augustus. Vanaf deze maand wordt de daling overal ingezet, en die zal steeds sneller gaan. Op basis van cijfers van IATA kon Europa in juli van 2025, traditioneel de drukste maand van het jaar, maar 12 procent van de eigen noden aan kerosine produceren. Voor 88 procent van de vraag was het continent afhankelijk van import.
Voor Azië was de situatie initieel nog nijpender en hadden er in theorie bij ongewijzigde vraag deze maand al tekorten kunnen plaatsvinden. Azië beschikt zelf over voldoende productiecapaciteit, China en Zuid-Korea zijn belangrijke exporteurs van kerosine, maar is voor haar ruwe olie wel enorm afhankelijk van import vanuit het Midden-Oosten. Maar volgens Vortexa zou de raffinage-output in Zuid-Korea deze maand nog kunnen herstellen richting 80 procent van de output van voor het conflict. Ook een raffinaderij in Taiwan zou opnieuw kunnen beginnen produceren. Dat kan de Aziatische markten opnieuw meer ademruimte geven. Ook China zou nu opnieuw meer kunnen uitvoeren in de Aziatische regio. Mogelijks zou daardoor de export richting Europa ook opnieuw kunnen herstarten.
In Afrika is de situatie momenteel nog niet kritiek. West-Afrika wordt voor het grootste deel bevoorraad door de raffinaderijen in Nigeria, maar Oost-Afrika kan volgens de prognoses wel snel met lokale tekorten kampen.
In Europa wordt de raffinagecapaciteit, die de voorbije jaren omwille van politieke keuzes zienderogend naar beneden werd gehaald, zo hoog mogelijk gehouden en wordt er gekeken naar andere aanvoerlijnen. Zo wordt er onder andere meer ingevoerd vanuit de Verenigde Staten. De oostkust van de VS beschikt over een productieoverschot, dat naar Europa kan worden verscheept, terwijl de westkust van de VS zelf voor een kwart afhankelijk is van import. Er zijn geen kerosineleidingen tussen de twee kusten waardoor die markten in feite van elkaar zijn gescheiden. De westkust van de VS en Europa zullen daarom beide strijden voor meer invoer van kerosine uit Azië om tekorten op luchthavens deze zomer te voorkomen.