De Aziatische luchtvaartmaatschappijen konden vorige maand flink profiteren van het conflict in het Midden-Oosten. In totaal vervoerden de maatschappijen 8,5 procent meer passagiers zonder de capaciteit significant uit te breiden. Vooral op de langeafstandsvluchten nam de vraag sterk toe.
De maatschappijen uit Azië zagen een uitgesproken positieve impact op hun verkeerscijfers dankzij het conflict in het Midden-Oosten. De Association of Asia Pacific Airlines, waartoe grote kleppers zoals ANA, Cathay Pacific, THAI Airways en Singapore Airlines behoren, vervoerden in de maand maart samen 8,5 procent meer passagiers dan een jaar eerder. Dat is significant meer dan de 1,9 procent groei in capaciteit die de maatschappijen samen realiseerden. Als we daar de factor afstand in meerekenen (Revenue Passenger Kilometers (RPK)) steeg het aantal kilometers dat passagiers vlogen met 11,3 procent.
Die stevige groei is te danken aan de forse capaciteitsreductie van de luchtvaartmaatschappijen uit het Midden-Oosten die door het Iraans conflict een groot deel van hun vluchten moesten annuleren. Zowel Aziatische als Europese luchtvaartmaatschappijen konden daarvan profiteren voor hun vluchten tussen Europa en Azië.
Daartegenover staat wel dat de operationele kosten van de maatschappijen door de sterk gestegen prijs van kerosine sterk naar omhoog zijn gegaan. Brandstof is goed voor 25 tot 30 procent van de operationele kosten. Door de lengte van het conflict stijgen niet enkel de kosten maar groeit ook de onzekerheid over de wereldwijde economische voorspellingen en wordt er door de maatschappijen voorzichtig naar de toekomst gekeken.