De olieprijs is de voorbije dagen de hoogte ingeschoten. Hoewel de prijs voor een vat ruwe olie nog niet zo hoog staat als in 2008 of 2022, is het onzeker welke richting en hoe steil de olieprijs de komende dagen zal uitgaan. Voor luchtvaartmaatschappijen, waarbij brandstof ongeveer een kwart van de totale kosten betekent, kan die prijs het verschil maken tussen winst of verlies. Gelukkig zijn de meeste luchtvaartgroepen door middel van hedging hiertegen beschermd en hebben extreme prijsschommelingen niet onmiddellijk een grote invloed op hun kosten.
Sinds de Amerikaans-Israëlische aanval tegen Iran is het aantal schepen dat nog door de Straat van Hormuz vaart drastisch gedaald en ligt de olie-uitvoer er in deze regio nagenoeg stil (Saudi-Arabië kan nog een beperkte hoeveelheid via een pijpleiding naar de rode zee transporteren). Dat heeft invloed op de wereldwijde olieprijs omdat een belangrijk deel van de olie-exporterende landen hun olie via deze straat laten passeren. Zo’n 80 procent van de productie is bestemd voor de Aziatische markt, maar een krapte op de oliemarkt laat zich wereldwijd voelen.
Sinds de start van de aanvallen is de prijs voor een vat ruwe olie al bijna met 30 procent gestegen. Voor luchtvaartmaatschappijen zijn de brandstofkosten goed voor 20 tot 30 procent van de totale kosten. Als we bijvoorbeeld kijken naar de laatste financiële cijfers van Brussels Airlines voor 2025 dan waren de brandstofkosten goed voor net geen 24 procent van de totale kosten. Omdat vorig jaar de brandstofprijs relatief laag stond, kan dat aandeel in jaren met een hogere prijs verder toenemen richting 30 procent.
Gelukkig zijn veel luchtvaartmaatschappijen ingedekt tegen olieprijsschommelingen en hebben enkel langdurige prijsschommelingen een groot effect op de brandstofkosten. In Europa hedgen de drie grote luchtvaartgroepen (Lufthansa Group, IAG en Air France-KLM) steevast ergens tussen de 70 en de 90 procent van hun brandstofkosten voor het komende jaar. Wanneer we kijken naar de groep waartoe Brussels Airlines behoort, de Lufthansa Group, is momenteel voor 2026 al 77 procent van de brandstof ge-hedged. Maar wat betekent dat nu?
Kort gezegd wil een luchtvaartmaatschappij zich op middellange termijn beschermen tegen extreme prijsschommelingen van kerosine en sluit ze daarom contracten af waarin een hoeveelheid brandstof tegen een bepaalde prijs wordt aangekocht. Bij de recente financiële presentatie van de Lufthansa Group zien we bijvoorbeeld dat de groep voor dit jaar al 77 procent van haar brandstof heeft aangekocht tegen een prijs van 864 dollar per ton. Dat betekent dat zo’n 23 procent van de brandstofkosten voor dit jaar nog wordt blootgesteld aan prijsschommelingen. Die kosten worden dan enerzijds beïnvloed door de prijs van ruwe olie, maar ook door de prijs voor het raffineren van de olie naar kerosine. Daarbij schat de luchtvaartgroep dat, afhankelijk van de prijsontwikkeling, de totale brandstofkosten dit jaar per ton in het beste geval zullen dalen naar 660 dollar en in het meest ongunstige scenario zullen stijgen naar 935 dollar.
Door hedging kunnen maatschappijen op middellange termijn hun operationele kosten controleren. Wanneer een crisis op de oliemarkt dan niet te lang aanhoudt, heeft dat een beperkte invloed op de totale brandstofrekening voor de maatschappijen. Indien de crisis verder uitbreidt naar een langdurige oliecrisis moeten luchtvaartmaatschappijen zich wel zorgen beginnen maken. In tijden van hoge olieprijzen smelten de winstmarges door de toegenomen kosten voor brandstof als sneeuw voor de zon.